VRIJ WARM, ZEER DROOG en ZEER ZONNIG
April
2026 was een bijzondere maand, want het werd de op twee na droogste aprilmaand
ooit gemeten. En daarnaast komt deze maand op de vierde plaats van zonnigste
aprilmaanden sinds 1901. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de temperatuur,
waardoor het een vrij warme april werd. Tenslotte zal bij veel mensen het
vooral herinnerd worden als een maand met aangenaam buitenweer: veel zon,
weinig regen en iets te zacht weer. En voor mij persoonlijk werd het een heel
aparte aprilmaand, want ik kreeg namelijk een Koninklijke Onderscheiding voor al
mijn vrijwilligersactiviteiten op het gebied van Het Weer. En daar beginnen we
mee.
KONINKLIJKE
ONDERSCHEIDING
Op 24
april werd ik totaal verrast met een lintje in de Orde van Oranje Nassau,
uitgereikt door de burgemeester van Tilburg. En dat allemaal vanwege het
vrijwilligerswerk voor Het Weer. Maar liefst drie organisaties hebben hiervoor
gezorgd en dat zijn: Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie (VWK) waar ik
sinds 1999 redacteur ben van het clubblad De Weerspiegel, Weekblad De Schakel
in Berkel-Enschot waar ik sinds 2004 voor de weerspreuken zorg en tenslotte de
website www.Tilburgers.nl waar ik al
meer dan 15 jaar weerman voor ben met al mijn artikelen.
TEMPERATUUR
Met
een gemiddelde etmaaltemperatuur van 10,6°C in De Bilt tegen 9,8°C normaal, was
april vrij warm. Door het zonnige karakter van de maand lagen de
middagtemperaturen vaak (iets) hoger, terwijl de nachten juist aan de koude
kant waren. Kijken we naar Berkel-Enschot, daar werd het gemiddeld over
vierentwintig uur 11,9°C tegen 10,8°C normaal (periode 1998-2023). Deze was
verdeeld over een gemiddelde middagtemperatuur van 18,4°C (normaal 16,3°C) en
in de nachten kwam het gemiddelde uit op 5,3°C (normaal 5,4°C). Over het hele
land gezien was Zeeland het warmst met een gemiddelde etmaaltemperatuur van
11,4°C in Wilhelminadorp en 11,3°C in Vlissingen. Behoorlijk fris was het in
het noorden met 9,0°C in Nieuw Beerta en 9,2°C op Terschelling gemiddeld.
De
maand begon koud, waarbij op 1 april met -2,4°C in Twenthe meteen de laagste
temperatuur van de hele maand werd bereikt. In het oosten kwam het op tien
centimeter hoogte tot matige vorst van minstens -5,1°C (Hupsel en Twenthe). Vervolgens
wisselden hoge en lage temperaturen elkaar steeds af. Zo werd het op de 2e zo’n
11 graden die vervolgens opliep tot een graad of 17 op 4 april. Een dag later
was het met 15 graden weer minder warm. Vanaf de 6e draaide de wind naar het
oosten en werd droge en warme lucht aangevoerd. Het kwik liep dan ook op tot de
hoogste temperaturen van deze april. Op 8 april werd de 20 gradengrens al
overschreden (23,4°C in Tilburg), Westdorpe noteerde 22,8°C en Woensdrecht
22,3°C. In De Bilt werd de eerste officiële warme dag van dit jaar een feit
toen het daar 20,5°C werd. Normaal gesproken wordt zo’n dag pas rond 11 april
gemeten. Een dag later werd het in zowel Woensdrecht als Eindhoven 23,6°C. In
Brabantse steden werd zelfs bijna de 25 graden gehaald, zoals in Berkel-Enschot
waar het kwik op 24,8°C bleef steken. In het noorden scheelde dat een jas, want
op de Waddeneilanden en in de provincie Groningen werd het op die 9e april maar
een graad of 15 tot 16. Opvallend is dat ondanks de warmte overdag, de dagen
koud begonnen met op vrijwel alle dagen nachtvorst. Op 6 en 7 april was er
ergens in het land op neushoogte zelfs sprake van lichte vorst tot -1,6°C op de
7e in Eelde. Aan de grond was het op die dag helemaal koud en kwam het op twee
plaatsen tot matige vorst. Zo registreerde Eelde een temperatuur van -5,7°C en
Twenthe had -5,5°C. Ook op de 9e was het op die hoogte weer koud, waarbij
alleen het op vliegveld Gilze-Rijen met -0,4°C tot grondvorst kwam.
Vervolgens
ging het gejojo met temperaturen van warm naar fris weer tot en met de 20e
gewoon door. Op 10 april kon na twee warme dagen de jas alweer uit de kast: 10
tot 11 graden langs de kust en 12 tot 13 graden elders in het land. Een dag
later kon de jas alweer op de kapstok als in het zuiden de 20 graden ruim werd
overschreden. Daarna volgde een aantal dagen die steeds onder en dan weer boven
de 20 graden uitkwam. Deze liep uiteen van 22 graden op de 17e tot 13,8°C op 20 april. Vanaf 22 april kregen
we eindelijk te maken met stabiel lenteweer dat tot het einde van de maand zou
duren. De thermometer liet de waarden steeds schommelen rond de 20 graden en
vanaf 27 april bleef deze er boven tot ruim 22 graden op de voormalige
Koninginnedag. Maar doordat we in een noordoostelijke stroming zaten konden de
nachten behoorlijk afkoelen, waardoor we vrijwel elke ochtend de muts en
handschoenen nodig hadden. Op de 20e doken de temperaturen in Deelen en Eelde
met respectievelijk -0,7°C en -0,6°C tot onder het vriespunt. Aan de grond
noteerde Twenthe op tien centimeter hoogte -3,4°C en Eelde -3,3°C. Een dag
later kwam het alleen in Nieuw Beerta tot vorst: -0,7°C en aan de grond tot
-2,5°C op vliegveld Groningen-Eelde. In de ochtend van 22 april zakte het kwik
op neushoogte tot -1,6°C in Leeuwarden. Zelfs aan de kust had het bijna op die
hoogte gevroren, want in Wijk aan Zee kwam het tot 0,2°C. Tja, en dan krijgen
we de grondvorst die zelfs naar de matige vorst ging. Hupsel meldde een
temperatuur van -5,6°C gevolgd door Eelde (-4,9°C) en Twenthe met (-4,7°C). En
toch kon het gebeuren dat het aan de kust ging vriezen en dat gebeurde ’s
ochtends op 23 april in Wijk aan Zee. De thermometer wees daar -0,9°C aan en,
heel bijzonder, voor de rest had het nergens in het land gevroren! Dat gebeurde
wel op grote schaal aan de grond met -3,8°C in zowel Twenthe als Hupsel en
-3,5°C in Woensdrecht.
In
De Bilt werd in deze maand geen enkele dag waargenomen dat het had gevroren,
terwijl we toch op vier vorstdagen mogen rekenen. In het noordoosten was dat
echter anders: in Eelde kwam het namelijk zeven keer tot vorst. Vervolgens
telde De Bilt drie warme dagen van minstens 20 graden, tegen een langjarig gemiddelde
van vier. In het Limburgse Ell werden 10 van zulke dagen geregistreerd (normaal
vijf). Kijken we naar Berkel-Enschot dan werden daar ook 10 warme dagen
waargenomen, tegen normaal zeven, en geen enkele vorstdag (normaal twee).
NEERSLAG
Met
gemiddeld over het land van 8 mm neerslag tegen 40 mm normaal, was april zeer droog.
Alleen in 1976 en 2007 was april nog
droger en dat betekent dat dit jaar het twee na droogste april is, ooit
geregistreerd. Met name in het zuidwesten en midden was het
uitzonderlijk droog, met regionaal slechts enkele millimeters. Zo ving Strijen,
Groot Ammers, Katwijk, Amerongen, Noordgouwe en Dirksland zo’n 1 mm op. In De
Bilt viel 2,4 mm, waarmee het de op één na droogste aprilmaand was sinds het
begin van de metingen. Alleen april 2007, met in De Bilt 0,3 mm en op veel
plaatsen helemaal geen neerslag, was nog droger. Cabauw was het droogste KNMI-station
met 0,7 mm. In het noorden en oosten was de maand het minst droog, met 10 tot
15 mm en in Zuid-Limburg viel meer dan 20 millimeter. Op het KNMI-station bij
Maastricht viel 21 mm, Noorbeek 22, Ubachsberg 24 en Vaals had nog 26 mm. In de
regenmeter in Berkel-Enschot viel maar 8,7 mm. En komt daarmee op de 9e
plaats van droogste aprilmaanden sinds het begin van de metingen rondom Tilburg
in 1877. April 2007 heeft het record toen er geen enkele druppel viel. Op elf
dagen vielen in deze maand van 2026 wat druppels, maar dat was soms niet te
meten. Naast regen werd op één aprildag mist waargenomen en dat was op de 14e.
Het
fraaie, droge weer heeft echter ook een keerzijde. Het neerslagtekort is de
afgelopen tijd flink opgelopen en bedraagt momenteel 77 mm. Waar dit tekort
voorheen alleen werd berekend over de periode van 1 april tot en met 30
september, gebeurt dit tegenwoordig jaarrond: van 1 januari tot en met 31
december. Het neerslagtekort is het verschil tussen verdamping en neerslag. Op
dit moment verloopt 2026 vrijwel gelijk met recordjaar 1976. Volgens de huidige
verwachtingen blijft dit jaar voorlopig bij de 5% droogste jaren horen.
WIND
Op
5 april was het Pasen en deze begon behoorlijk onstuimig. In de Paasnacht werd het
namelijk stormachtig , kracht 8, in Vlissingen, IJmuiden en op alle
Waddeneilanden. Daarbij werden windstoten gemeten tot 93 km/uur in IJmuiden en Vlieland
en Terschelling hadden ieder 90 km/uur. Den Helder kreeg nog een stoot van 85
km/uur, Leeuwarden 83, Lauwersoog 84, Texel 82 en Vlissingen had er eentje van
81 km per uur. Rondom Tilburg waaide het maximaal vrij krachtig, kracht 5, met
windstoten tot 64 km/uur in Gilze-Rijen. Al die wind hoorde bij de paasstorm
die te keer ging op de Britse Eilanden. Deze kreeg dan ook een naam en is als
‘Dave’ de weerboeken ingegaan. In het Verenigd Koninkrijk kwam het tot
windstoten van maar liefst 148 km/uur in de Cairgorm Mountains in Schotland.
In
de avond van 9 april en nacht naar 10 april nam de wind ineens heel sterk toe.
In Den Helder en IJmuiden kwam het tot windkracht 7, waarbij IJmuiden een
windstoot kreeg van 83 km per uur. Het leek wel of het stormde buiten. In
Midden-Brabant bleef het beperkt tot kracht 5 met windstoten van maximaal 50
km/uur.
ZONNESCHIJN
April
was een zeer zonnige maand met landelijk gemiddeld 257 uur zonneschijn, tegen
een langjarig gemiddelde van 196 zonuren. In het zuidwesten en delen van het
midden was het zeer zonnig, met 260 tot 270 zonuren tegen een langjarig
gemiddelde van 190 á 195 zonuren. Daarbij scheen de zon het meest in Hoek van
Holland en Rotterdam met ieder 268 zonuren, gevolgd door Cabauw met 267 uur. In
het oosten en zuiden van Zeeland scheen de zon het minst, maar met 240 tot 250
uur eveneens aanzienlijk meer dan normaal van 185 tot 190 uur. Op vliegveld
Twenthe liet de zon zich 243 uur zien, gevolgd door Westdorpe met 247 en Hupsel
met 248 zonuren. In De Bilt scheen de zon 263 uur en dat is goed voor een
vierde plaats met zonnigste aprilmaanden ooit waargenomen sinds 1906. Berkel-Enschot
kwam tot 257 uren zonneschijn (normaal 201) en komt ook hier op de vierde
plaats van zonnigste grasmaanden, maar dan wel sinds 1998. Er werd op dat
station geen enkele zonloze dag waargenomen en maar liefst 15 zeer zonnige dagen,
tegen respectievelijk normaal één en acht dagen.
Sombere
dagen waren er nauwelijks; alleen op 2, 3 en 13 april scheen de zon nauwelijks
en zeer plaatselijk helemaal niet. Daartegenover stonden veel zonovergoten
dagen; van 6 t/m 8 april, van 21 t/m 23 april, op 26 april en gedurende de
laatste drie dagen van de maand, scheen de zon vrijwel overal de maximale
hoeveelheid. Ook op 12 en 25 april scheen de zon veelal 10 uur of meer.