VRIJ WARM, ZEER DROOG en ZEER ZONNIG
April 2026 was een bijzondere maand, want het werd de op twee na droogste aprilmaand ooit gemeten. En daarnaast komt deze maand op de vierde plaats van zonnigste aprilmaanden sinds 1901. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de temperatuur, waardoor het een vrij warme april werd. Tenslotte zal bij veel mensen het vooral herinnerd worden als een maand met aangenaam buitenweer: veel zon, weinig regen en iets te zacht weer. En voor mij persoonlijk werd het een heel aparte aprilmaand, want ik kreeg namelijk een Koninklijke Onderscheiding voor al mijn vrijwilligersactiviteiten op het gebied van Het Weer. En daar beginnen we mee.
KONINKLIJKE
ONDERSCHEIDING
TEMPERATUUR
Met een gemiddelde etmaaltemperatuur van 10,6°C in De Bilt tegen 9,8°C normaal, was april vrij warm. Door het zonnige karakter van de maand lagen de middagtemperaturen vaak (iets) hoger, terwijl de nachten juist aan de koude kant waren. Kijken we naar Berkel-Enschot, daar werd het gemiddeld over vierentwintig uur 11,9°C tegen 10,8°C normaal (periode 1998-2023). Deze was verdeeld over een gemiddelde middagtemperatuur van 18,4°C (normaal 16,3°C) en in de nachten kwam het gemiddelde uit op 5,3°C (normaal 5,4°C). Over het hele land gezien was Zeeland het warmst met een gemiddelde etmaaltemperatuur van 11,4°C in Wilhelminadorp en 11,3°C in Vlissingen. Behoorlijk fris was het in het noorden met 9,0°C in Nieuw Beerta en 9,2°C op Terschelling gemiddeld.
De maand begon koud, waarbij op 1 april met -2,4°C in Twenthe meteen de laagste temperatuur van de hele maand werd bereikt. In het oosten kwam het op tien centimeter hoogte tot matige vorst van minstens -5,1°C (Hupsel en Twenthe). Vervolgens wisselden hoge en lage temperaturen elkaar steeds af. Zo werd het op de 2e zo’n 11 graden die vervolgens opliep tot een graad of 17 op 4 april. Een dag later was het met 15 graden weer minder warm. Vanaf de 6e draaide de wind naar het oosten en werd droge en warme lucht aangevoerd. Het kwik liep dan ook op tot de hoogste temperaturen van deze april. Op 8 april werd de 20 gradengrens al overschreden (23,4°C in Tilburg), Westdorpe noteerde 22,8°C en Woensdrecht 22,3°C. In De Bilt werd de eerste officiële warme dag van dit jaar een feit toen het daar 20,5°C werd. Normaal gesproken wordt zo’n dag pas rond 11 april gemeten. Een dag later werd het in zowel Woensdrecht als Eindhoven 23,6°C. In Brabantse steden werd zelfs bijna de 25 graden gehaald, zoals in Berkel-Enschot waar het kwik op 24,8°C bleef steken. In het noorden scheelde dat een jas, want op de Waddeneilanden en in de provincie Groningen werd het op die 9e april maar een graad of 15 tot 16. Opvallend is dat ondanks de warmte overdag, de dagen koud begonnen met op vrijwel alle dagen nachtvorst. Op 6 en 7 april was er ergens in het land op neushoogte zelfs sprake van lichte vorst tot -1,6°C op de 7e in Eelde. Aan de grond was het op die dag helemaal koud en kwam het op twee plaatsen tot matige vorst. Zo registreerde Eelde een temperatuur van -5,7°C en Twenthe had -5,5°C. Ook op de 9e was het op die hoogte weer koud, waarbij alleen het op vliegveld Gilze-Rijen met -0,4°C tot grondvorst kwam.
Vervolgens ging het gejojo met temperaturen van warm naar fris weer tot en met de 20e gewoon door. Op 10 april kon na twee warme dagen de jas alweer uit de kast: 10 tot 11 graden langs de kust en 12 tot 13 graden elders in het land. Een dag later kon de jas alweer op de kapstok als in het zuiden de 20 graden ruim werd overschreden. Daarna volgde een aantal dagen die steeds onder en dan weer boven de 20 graden uitkwam. Deze liep uiteen van 22 graden op de 17e tot 13,8°C op 20 april. Vanaf 22 april kregen we eindelijk te maken met stabiel lenteweer dat tot het einde van de maand zou duren. De thermometer liet de waarden steeds schommelen rond de 20 graden en vanaf 27 april bleef deze er boven tot ruim 22 graden op de voormalige Koninginnedag. Maar doordat we in een noordoostelijke stroming zaten konden de nachten behoorlijk afkoelen, waardoor we vrijwel elke ochtend de muts en handschoenen nodig hadden. Op de 20e doken de temperaturen in Deelen en Eelde met respectievelijk -0,7°C en -0,6°C tot onder het vriespunt. Aan de grond noteerde Twenthe op tien centimeter hoogte -3,4°C en Eelde -3,3°C. Een dag later kwam het alleen in Nieuw Beerta tot vorst: -0,7°C en aan de grond tot -2,5°C op vliegveld Groningen-Eelde. In de ochtend van 22 april zakte het kwik op neushoogte tot -1,6°C in Leeuwarden. Zelfs aan de kust had het bijna op die hoogte gevroren, want in Wijk aan Zee kwam het tot 0,2°C. Tja, en dan krijgen we de grondvorst die zelfs naar de matige vorst ging. Hupsel meldde een temperatuur van -5,6°C gevolgd door Eelde (-4,9°C) en Twenthe met (-4,7°C). En toch kon het gebeuren dat het aan de kust ging vriezen en dat gebeurde ’s ochtends op 23 april in Wijk aan Zee. De thermometer wees daar -0,9°C aan en, heel bijzonder, voor de rest had het nergens in het land gevroren! Dat gebeurde wel op grote schaal aan de grond met -3,8°C in zowel Twenthe als Hupsel en -3,5°C in Woensdrecht.
In De Bilt werd in deze maand geen enkele dag waargenomen dat het had gevroren, terwijl we toch op vier vorstdagen mogen rekenen. In het noordoosten was dat echter anders: in Eelde kwam het namelijk zeven keer tot vorst. Vervolgens telde De Bilt drie warme dagen van minstens 20 graden, tegen een langjarig gemiddelde van vier. In het Limburgse Ell werden 10 van zulke dagen geregistreerd (normaal vijf). Kijken we naar Berkel-Enschot dan werden daar ook 10 warme dagen waargenomen, tegen normaal zeven, en geen enkele vorstdag (normaal twee).
NEERSLAG
Met gemiddeld over het land van 8 mm neerslag tegen 40 mm normaal, was april zeer droog. Alleen in 1976 en 2007 was april nog droger en dat betekent dat dit jaar het twee na droogste april is, ooit geregistreerd. Met name in het zuidwesten en midden was het uitzonderlijk droog, met regionaal slechts enkele millimeters. Zo ving Strijen, Groot Ammers, Katwijk, Amerongen, Noordgouwe en Dirksland zo’n 1 mm op. In De Bilt viel 2,4 mm, waarmee het de op één na droogste aprilmaand was sinds het begin van de metingen. Alleen april 2007, met in De Bilt 0,3 mm en op veel plaatsen helemaal geen neerslag, was nog droger. Cabauw was het droogste KNMI-station met 0,7 mm. In het noorden en oosten was de maand het minst droog, met 10 tot 15 mm en in Zuid-Limburg viel meer dan 20 millimeter. Op het KNMI-station bij Maastricht viel 21 mm, Noorbeek 22, Ubachsberg 24 en Vaals had nog 26 mm. In de regenmeter in Berkel-Enschot viel maar 8,7 mm. En komt daarmee op de 9e plaats van droogste aprilmaanden sinds het begin van de metingen rondom Tilburg in 1877. April 2007 heeft het record toen er geen enkele druppel viel. Op elf dagen vielen in deze maand van 2026 wat druppels, maar dat was soms niet te meten. Naast regen werd op één aprildag mist waargenomen en dat was op de 14e.
Het fraaie, droge weer heeft echter ook een keerzijde. Het neerslagtekort is de afgelopen tijd flink opgelopen en bedraagt momenteel 77 mm. Waar dit tekort voorheen alleen werd berekend over de periode van 1 april tot en met 30 september, gebeurt dit tegenwoordig jaarrond: van 1 januari tot en met 31 december. Het neerslagtekort is het verschil tussen verdamping en neerslag. Op dit moment verloopt 2026 vrijwel gelijk met recordjaar 1976. Volgens de huidige verwachtingen blijft dit jaar voorlopig bij de 5% droogste jaren horen.
WIND
Op
5 april was het Pasen en deze begon behoorlijk onstuimig. In de Paasnacht werd het
namelijk stormachtig , kracht 8, in Vlissingen, IJmuiden en op alle
Waddeneilanden. Daarbij werden windstoten gemeten tot 93 km/uur in IJmuiden en Vlieland
en Terschelling hadden ieder 90 km/uur. Den Helder kreeg nog een stoot van 85
km/uur, Leeuwarden 83, Lauwersoog 84, Texel 82 en Vlissingen had er eentje van
81 km per uur. Rondom Tilburg waaide het maximaal vrij krachtig, kracht 5, met
windstoten tot 64 km/uur in Gilze-Rijen. Al die wind hoorde bij de paasstorm
die te keer ging op de Britse Eilanden. Deze kreeg dan ook een naam en is als
‘Dave’ de weerboeken ingegaan. In het Verenigd Koninkrijk kwam het tot
windstoten van maar liefst 148 km/uur in de Cairgorm Mountains in Schotland.
In de avond van 9 april en nacht naar 10 april nam de wind ineens heel sterk toe. In Den Helder en IJmuiden kwam het tot windkracht 7, waarbij IJmuiden een windstoot kreeg van 83 km per uur. Het leek wel of het stormde buiten. In Midden-Brabant bleef het beperkt tot kracht 5 met windstoten van maximaal 50 km/uur.
ZONNESCHIJN
April was een zeer zonnige maand met landelijk gemiddeld 257 uur zonneschijn, tegen een langjarig gemiddelde van 196 zonuren. In het zuidwesten en delen van het midden was het zeer zonnig, met 260 tot 270 zonuren tegen een langjarig gemiddelde van 190 á 195 zonuren. Daarbij scheen de zon het meest in Hoek van Holland en Rotterdam met ieder 268 zonuren, gevolgd door Cabauw met 267 uur. In het oosten en zuiden van Zeeland scheen de zon het minst, maar met 240 tot 250 uur eveneens aanzienlijk meer dan normaal van 185 tot 190 uur. Op vliegveld Twenthe liet de zon zich 243 uur zien, gevolgd door Westdorpe met 247 en Hupsel met 248 zonuren. In De Bilt scheen de zon 263 uur en dat is goed voor een vierde plaats met zonnigste aprilmaanden ooit waargenomen sinds 1906. Berkel-Enschot kwam tot 257 uren zonneschijn (normaal 201) en komt ook hier op de vierde plaats van zonnigste grasmaanden, maar dan wel sinds 1998. Er werd op dat station geen enkele zonloze dag waargenomen en maar liefst 15 zeer zonnige dagen, tegen respectievelijk normaal één en acht dagen.
Sombere
dagen waren er nauwelijks; alleen op 2, 3 en 13 april scheen de zon nauwelijks
en zeer plaatselijk helemaal niet. Daartegenover stonden veel zonovergoten
dagen; van 6 t/m 8 april, van 21 t/m 23 april, op 26 april en gedurende de
laatste drie dagen van de maand, scheen de zon vrijwel overal de maximale
hoeveelheid. Ook op 12 en 25 april scheen de zon veelal 10 uur of meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten